Uw zoekacties: Gemeente Urk, secretariearchief
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Geschiedenis van het archiefvormend orgaan
Zoals voor de meeste Nederlandse gemeenten geldt, is de oorsprong van het huidige bestuur van Urk geworteld in de Franse tijd. Vóór die tijd was het eiland Urk een heerlijkheid. Over de oudste geschiedenis van Urk, die teruggaat tot het einde van de 10e eeuw, is weinig bekend. Vanaf het begin van de 15e eeuw is er sprake van een regelmatige reeks van leenbezitters, die de eilanden Urk, Ens en Emmeloord als hoge leenheerlijkheid in leen hielden; aanvankelijk van de graven van Holland en later van de Staten van Holland en West-Friesland.
In 1660 kocht de stad Amsterdam het eiland met het oog op scheepvaartbelangen. Financiële overwegingen dwongen haar ruim een eeuw later, in 1792, het eiland weer over te dragen aan de Staten van Holland en West-Friesland. Op het moment dat de gevolgen van de Franse omwenteling ook tot de Republiek doordrongen, berustte de dagelijkse zorg voor de instandhouding van Urk bij de Gecommiteerde Raden tot de zaken van de eilanden Ens, Emmeloord en Urk, gevestigd te Hoorn. Deze bestuurlijke situatie had tot gevolg dat de archiefvorming zich tot en met de Franse tijd buiten Urk voltrok. Zo kan men archiefstukken die voortvloeien uit het bestuur over Urk onder andere aantreffen in het Rijksarchief Utrecht (collectie Zoudenbalch) en het Algemeen Rijksarchief in Den Haag.
Tijdens het Franse bewind kwam het dagelijks bestuur van Urk in handen van een municipale raad o.l.v. een 'maire', die niet schroomde zich te presenteren als 'President van Urk'. Weliswaar had het herstel van de soevereiniteit tot op zekere hoogte een herstel van oude verhoudingen tot gevolg; de directe betrokkenheid van de bevolking bij het plaatselijk bestuur zou echter niet meer verdwijnen. In 1811 bedroeg het inwonertal van Urk 685. Tot het einde van de vorige eeuw liep dit aantal op tot ongeveer 2500, waarna de bevolkingsaanwas zich stabiliseerde. Sinds de jaren dertig is er weer sprake van duidelijke groei. Momenteel heeft Urk ongeveer 14.000 inwoners.
Sinds jaar en dag vormt de visvangst voor de Urker bevolking de belangrijkste bron van inkomsten. Pogingen om in economisch slechte tijden te komen tot alternatieve vormen van werkgelegenheid (zoals rietvlechterij en sigarenfabricage) hadden geen succes. Zelfs de afsluiting van de Zuiderzee, door velen beschouwd als het definitieve einde van het traditionele Urk, kon uiteindelijk niet verhinderen dat deze hechte gemeenschap op dit moment een vooraanstaande positie inneemt op de Europese vismarkt.
De omvang van het gemeentelijk bestuursapparaat hield gelijke tred met de bevolkingsaanwas. Het geringe aantal functionarissen in de begin van de 19e eeuw werd mede in de hand gewerkt door het feit dat meerdere functies door één persoon werden uitgeoefend. Na de invoering van de Gemeentewet in 1851 bestond het gemeentebestuur van Urk uit 5 raadsleden. Het dagelijks bestuur werd uitgeoefend door een burgemeester, twee wethouders, een secretaris en een gemeente-ontvanger. Geleidelijk kwamen er steeds meer werknemers in dienst van de gemeentelijke overheid, met name als gevolg van de toenemende overheidsbemoeienis met allerlei maatschappelijke aangelegenheden. Op Urk leidde dit onder andere in het begin van deze eeuw tot de oprichting van een Gemeentelijke Visafslag (1904).
Tot 1950 maakte Urk deel uit van de provincie Noord-Holland. Bij de bestuurlijke herindeling ten gevolge van de inpoldering van de Noordoostpolder ging het op 1 april van dat jaar over naar de provincie Overijssel. Sinds het samenvoegen van de Noordoostpolder met de Zuidelijke IJsselmeerpolders tot één bestuurlijke organisatie, met ingang van 1 januari 1986, maakt de gemeente Urk deel uit van de provincie Flevoland.
Geschiedenis van het archief
Het Franse bewind was, onder andere uit militaire overwegingen, veel gelegen aan een goede bevolkingsadministratie. Dit leidde, in 1811, tot de introductie van de Burgerlijke Stand. Ook op Urk bleef dit niet zonder resultaat, met als gevolg dat de oudste archiefstukken van de huidige gemeentelijke overheid betrekking hebben op geboorten, huwelijken en overlijden.
De Burgerlijke Stand buiten beschouwing gelaten, dateren de eerste sporen van archiefvorming op Urk na het herstel van de Nederlandse souvereiniteit uit 1817. Tot dat jaar althans gaat de huidige serie Ingekomen Brieven terug. Gelet op de zeer slechte staat van dit deel van het archief is het niet uitgesloten dat er ook vóór 1817 al systematische opberging heeft plaatsgevonden. Aanwijzingen hiervoor zijn echter niet voorhanden.
De chronologische serie Ingekomen Brieven loopt door tot 1950 en vormt de ruggegraat van het archief. Zij beslaat, qua hoeveelheid materiaal, een substantieel deel en bepaalt in belangrijke mate de ordening van het archief. Dat wil niet zeggen dat dit de enige ordeningswijze is geweest die de gemeente Urk in de loop der jaren heeft gehanteerd. Ik kom hier later nog op terug.
Aanvankelijk werden de ingekomen brieven op Urk niet geregistreerd. Onder invloed van nieuwe bestuurlijke inzichten kwam daar omstreeks 1850 verandering in. Vanaf 1853 werden de ingekomen brieven voor een deel opgenomen in een agenda. De betreffende brieven werden van de aanduiding 'Exh.' (= Exhibitum) plus de betreffende datum voorzien; later kwam hier het 'Ingekomen'-stempel voor in de plaats. Daarop stond de datum aangegeven en moest het volgnummer van inschrijving in de agenda worden ingevuld. Samen met de overige ingekomen brieven werden zij na afhandeling opgeborgen. Veel zorgvuldigheid heeft men daarbij in de loop der jaren niet betracht.
Dat geldt ook voor de klimatologische omstandigheden waaronder het materiaal bewaard is. Met als gevolg dat met name het 19e eeuwse deel van de serie Ingekomen Brieven een ernstige mate van materieel verval ten gevolge van vochtschade laat zien. Sommige jaargangen moeten zelfs als verloren worden beschouwd. Dit geldt o.a. voor het jaar 1817.
Series kenmerken voor een belangrijk deel de archiefordening van het gemeentearchief Urk. Naast de serie Ingekomen Brieven komen onder andere voor de series Notulen van de vergaderingen van de raad en van B. & W., de serie Gemeenteverslagen, de serie Besluiten en diverse series op financieel gebied.
Vanaf 1853 gaat, ongeveer gelijktijdig met het begin van de series Notulen van de gemeenteraad en Agenda's van ingekomen brieven, de serie Minuten van uitgaande brieven van start. Zijn alle andere series strikt chronologisch geordend, de serie Minuten van uitgaande brieven vormt vanaf het midden van de jaren zeventig (19e eeuw) daarop een uitzondering. Vanaf die tijd worden de minuten van uitgaande brieven primair geordend volgens het rubriekenstelsel, d.w.z. naar onderwerp. Zo zijn, onder andere, aanwezig de delen: Personeel, Onderwijs en Militie/Schutterij.
Sinds het einde van vorige eeuw vinden niet alleen de minuten van uitgaande brieven hun weg in het archief volgens het rubriekenstelsel. In toenemende mate worden buiten de bestaande series stukken opgeborgen op basis van het onderwerp waar zij betrekking op hebben. Welke uitgangspunten men hierbij hanteerde, valt nergens uit op te maken. Hoe dit ook zij, van een strikte toepassing is in ieder geval geen sprake geweest; met alle nadelige gevolgen vandien. Bijkomend probleem vormde, zoals gezegd, het feit dat een deel van de correspondentie aan agendering ontsnapte.
Met ingang van 1950 valt er te Urk een duidelijke kentering waar te nemen op archiefgebied. In dat jaar vindt op de secretarie-afdeling de introductie plaats van het dossierstelsel van de VNG.
Zijn er over de werkwijze en de uitgangspunten van degene die vóór 1950 belast waren met het archiefbeheer op Urk geen directe bronnen beschikbaar, anders, ook al is het maar summier, is het gesteld met de plaats waar en de omstandigheden waaronder de archiefstukken in de loop der jaren bewaard zijn.
Vermeldt het Gemeenteverslag van 1861 nog: 'Het gemeente archief is van weinig betekenis; tot uitbreiding daarvan zijn geene maatregelen genomen', in het verslag van 1886 staat al te lezen: 'Door uitbreiding der gemeente administratie die jaarlijks in omvang toeneemt wordt de ruimte der secretarie zeer bekrompen voor een behoorlijke berging van het archief.' Het zou echter tot 1905 duren voordat het Gemeenteverslag kon melden: 'Liet in het oude Raadhuis de ruimte tot berging zeer veel te wensen over, door het nieuwe Raadhuis is deze hinderpaal uit de weg geruimd, zodat alles nu zonder enige moeite geborgen kan worden.' In andere jaren bleef de beantwoording van de vraag omtrent het archief doorgaans beperkt tot de constatering: 'Het archief bevindt zich in goede staat.'
Verantwoording van de inventarisatie
De inventarisatie van het gemeentearchief van Urk vond plaats in het kader van mijn opleiding tot hoger archiefambtenaar. Aangezien ik tijdens mijn opleiding als stagiair verbonden was aan het Rijksarchief in Flevoland, is het archief tijdelijk geplaatst in de rijksarchiefbewaarplaats te Lelystad. Dat gold niet (met enkele uitzonderingen) voor de stukken die betrekking hebben op de bevolkingsregistratie en de burgerlijke stand. Voor zover deze zich bevinden op de afdeling Burgerzaken van het gemeentehuis Urk, hebben zij hun plaats behouden en zijn zij ter plaatse beschreven.
Afbakening
Omvang
Ordening
Literatuur
Groenman, Sj. en C.H.L. Zeegers, Rapport betreffende de ontwikkelingsmogelijkheden der gemeente Urk, z.pl. 1947
Meertens, P.J. en L. Kaiser (red.), Het eiland Urk, Alphen a/d Rijn 1942.
Overzichten van archieven en verzamelingen in openbare archiefbewaarplaatsen in Nederland deel VI, De archieven in Overijssel, Alphen a/d Rijn 1980.
Overzichten van archieven en verzamelingen in openbare archiefbewaarplaatsen in Nederland deel VII, De archieven in Noord-Holland, Alphen a/d Rijn 1981.
Overzichten van archieven en verzamelingen in openbare archiefbewaarplaatsen in Nederland deel IX, De archieven in het Algemeen Rijksarchief, Alphen a/d Rijn 1982.
Plomp, Chr. Urk, Sociografie van een eilandbevolking, Alphen a/d Rijn 1940.
Schaepman, Ch.J.A.M., Inventaris van archivalia betreffende de eilanden Urk, Emmeloord en Ens, z.pl. 1961.
Verslag van de provincie inspecteur van de archieven in Flevoland, mei 1986-april 1987, z.pl. z.j.
Vries, C., De Geschiedenis van het eiland Urk, Kampen 1962.
Inventaris
1 Stukken van algemene aard
2 Stukken van bijzondere aard
Kenmerken
Datering:
1812-1949 (1952)
Omvang in m.:
39,125
Auteur toegang:
Maden, F.J.C. van der
Openbaarheid:
Deels openbaar
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS